Mijn naam is Karin Goudsmit, ik ben een van oprichters van de Herstelacademie. Toen ik negen jaar was, kwam ik voor het eerst in aanraking met het Medisch Opvoedkundig Bureau (Het MOB, dat de voorloper wat nu de GGZ is). Ik kom uit een gezin met een moeder met psychiatrische problemen, een vader en een jongere zus. Op de lagere school ging het niet, ik ben twee keer blijven zitten. Ik werd gepest en werd een klein, in mijzelf gekeerd, eenzaam meisje.

Mijn vader zorgde voornamelijk voor mijn moeder, voor mij en mijn zus. Alleen ging mijn vader vroeg de deur uit en was hij pas tegen 7 uur in de avond thuis. Tot die tijd moesten mijn zus en ik ons redden met onze moeder thuis. De rol die ik had opgenomen, was mijn vader proberen gelukkig te maken en ook voor mijn moeder en mijn zusje te zorgen. Onder meer mijn vader, mijn zusje, oma en een buurvrouw hebben belangrijke rollen gespeeld in mijn leven, zodat ik mij wel geborgen en veilig kon voelen.

Ik voelde mij heel naar op de lagere school, als het ging om het sociale en op het cognitieve vlak. Ik kreeg langzaamaan een steeds wanhopiger gevoel, dat ik de enige was die nooooooit de lagere school zou afmaken, maar aan de andere kant, zat er diep van binnen een mega overlevingskracht, een zelfredzaamheid, een geef-niet-op drang of mechanisme.

Naast de hulpverlening bij het MOB kreeg ik na eindeloos veel testen ook een middelbare school advies. Wat heb ik mij ellendig gevoeld bij deze sessies, waar vooral ook over mij gesproken werd en niet met mij. Ik moest allerlei testen doen, die ik niet kon. Dan werd er gezegd: “Ik ga nu even weg, dan kun jij die blokjes in elkaar zetten, heel simpel”. Maar ik keek er naar en keek ernaar……ik kon niet eens die simpelste blokjes in elkaar zetten. En dan maar wachten, tot de man terug kwam. Dat gevoel van toen, voel ik nu nog steeds even, als er tijdens een training een opdracht gedaan moet worden.

Het middelbare schooladvies was huishoudschool. Toen mijn vader dat wilde overnemen, ben ik “freudiaans hysterisch” geworden, daarna is dat advies gelukkig niet opgevolgd.
Leren, school, opleidingen en studie en (vrijwilligers) werk zijn voor mij heerlijke en belangrijke onderdelen van mijn leven geworden. Zij hebben mij door zoveel periodes heen geholpen.

Ongeveer vier jaar heb ik, omdat ik dat zelf wilde, opnieuw diagnostisch neurologisch onderzoek laten doen bij het Hersencentrum in Amsterdam. Ik had nog steeds veel moeite met die grote hoeveelheid k.. testen, die er door mij gemaakt moesten worden en wat had ik mij daar, ook nu weer, wanhopig bij gevoeld. Maar wat waren de begeleiders nu lief voor mij. De uitkomst van die testresultaten hebben ze mij verteld en die heeft een naam. Eindelijk weet ik op mijn 56ste levensjaar niet alleen met mijn verstand dat ik niet dom ben, maar voel ik dat ook echt van binnen.

Ook in de Herstelacademie zie ik ‘Karin’s’ binnenlopen. Voor mij is de Herstelacademie een leeromgeving bestaand uit educatie en zelfhulp, waar mensen zich kunnen ontwikkelen en op eigen wijze aan hun herstel kunnen werken. Er is veel ruimte en tijd om (opnieuw) te ontdekken wat je wel en vooral wat je niet wilt in de verdere stappen die je weer wilt maken in je leven. Doordat wij een organisatie zijn voor en door mensen met een kwetsbaarheid is er vooral erkenning, herkenning en uitwisseling. Mensen krijgen door de Herstelacademie weer vertrouwen en hoop en zo kan het zijn, dat er mensen weer de kriebels krijgen om bijv. aan een nieuwe cursus of (vrijwilligers)werk te beginnen.

Dat het soms hard werken is in het dagelijks leven, is een gegeven. Ik roei goed met de riemen die ik heb. Mijn leven is eigenlijk wel een heerlijk kabbelend beekje. Medio februari/maart komt er een deel twee uit, waarbij ik mij zal richten op mijn werkende en mijn sociale leven en wat ik daar lastig aan vind.